Diplomatieke status

Aan de status van diplomatiek ambtenaar verbindt het Verdrag van Wenen een aantal privileges en immuniteiten.

Op deze pagina vindt u een toelichting over de betekenis van de diplomatieke status, welke immuniteiten daarbij horen en wat dit in sommige landen betekent voor de partner op een eventuele baan.

Verschil tussen diplomatieke status en immuniteit

‘Diplomatieke status’ verwijst doorgaans naar de algemene positie die diplomaten hebben in het land waar ze zijn geaccrediteerd. Het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer (1961) noemt dit begrip niet met zoveel woorden, maar gebruikt de term “diplomatiek ambtenaar”. Aan de status van diplomatiek ambtenaar verbindt dit verdrag een aantal privileges en immuniteiten. Op grond van artikel 31 van het Verdrag van Wenen genieten diplomaten volledige (absolute) immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende staat. Diplomaten genieten eveneens immuniteit van burger- en administratiefrechtelijke rechtsmacht van die staat, met uitzondering van drie specifieke gevallen (geschillen over particulier onroerend goed, over erfopvolging of over buiten de officiële werkzaamheden om verrichte beroeps- of bedrijfsbezigheden).

Het belang en de voordelen van immuniteit

Al eeuwenlang staat vast dat diplomaten immuniteiten nodig hebben om goed te kunnen functioneren. Immuniteiten zijn geen vrijbrief voor diplomaten om zich niet aan de regels van de ontvangende staat te houden; artikel 41.1 van het Verdrag van Wenen verplicht hen deze regels in acht te nemen. Immuniteiten betekenen alleen dat diplomaten als het ware zijn afgeschermd van de rechtsmacht van de ontvangende staat, zodat deze staat diplomaten niet kan belemmeren in de uitoefening van hun functie. Een tweede reden waarom diplomaten immuniteit genieten is dat deze immuniteit als een afgeleide wordt gezien van staatsimmuniteit. Staten zijn soeverein, en gelijk aan elkaar. Daarom geldt het uitgangspunt dat rechters van staat A geen rechtsmacht mogen uitoefenen over handelingen verricht door (vertegenwoordigers van) staat B.

Zoals in de preambule van het Verdrag van Wenen is bepaald, is het doel van privileges en immuniteiten niet “personen te bevoorrechten, doch te verzekeren dat diplomatieke zendingen als vertegenwoordigers der staten doelmatig functioneren”.

Beperkingen mogelijkheden werken in het buitenland voor partner

BZ heeft als beleid dat de strafrechtelijke immuniteit voor partners van uitgezonden ambtenaren niet wordt opgeheven, ook niet als dat een vereiste is van het gastland om werken mogelijk te maken. In de volgende situaties bestaan er geen beletsels voor partners om te gaan werken:

Uw partner mag betaald werk verrichten in alle EU lidstaten en de EFTA landen (Liechtenstein, Noorwegen, IJsland en Zwitserland), en in de niet EU/EFTA-landen waarmee Nederland voor dit doel een Memorandum of Understanding (MoU) of verdrag met het ontvangende land heeft afgesloten. Hierbij zij aangetekend dat niet iedere in Nederland geldige samenlevingsvorm ook in derde landen wordt erkend; dit dient per land waarmee een verdrag of MoU bestaat te worden geverifieerd. In alle andere gevallen kan een partner geen betaald werk verrichten indien het ontvangende land de voorwaarde stelt dat de strafrechtelijke immuniteit wordt opgeheven.

Zoals hierboven is aangegeven hebben diplomaten immuniteiten omdat zij de zendstaat vertegenwoordigen in den vreemde, en dat ongehinderd moeten kunnen doen. Partners van uitgezonden medewerkers hebben in grote lijnen dezelfde immuniteit als de medewerker (diplomaat) zelf. De reden hiervoor is dat vermeden moet worden dat de ontvangende staat als het ware indirect het functioneren van de diplomaat kan belemmeren. Het gaat dus om het functioneren van de diplomaat. Nederlanders die worden uitgezonden door het bedrijfsleven hebben geen diplomatieke status en hun partners hebben dan ook geen ‘afgeleide’ immuniteit. In veel landen mogen partners van uitgezonden werknemers uit het bedrijfsleven overigens ook niet werken omdat in veel landen geen werkvergunning kan worden verkregen.

Als u op een CG werkt en consulair ambtenaar bent, geldt op basis van art. 43 van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen alleen immuniteit ten aanzien van handelingen verricht bij de uitoefening van de consulaire taak, dus niet ten aanzien van privéhandelingen. In het logisch verlengde hiervan geniet uw partner geen immuniteit. Dat betekent niet automatisch dat uw partner kan werken in het land van plaatsing (buiten de EU), dat is nog steeds afhankelijk van de daar geldende regels.

Diplomatieke status kan niet eigenmachtig worden opgegeven

Uitgezonden ambtenaren en hun partners behoren zich bij aankomst op de standplaats direct als houder van diplomatieke status aan te melden bij de betreffende autoriteiten van het ontvangende land. De aanmelding zal gedurende de plaatsing niet ongedaan mogen worden. Diplomaten en hun partners kunnen niet eigenmachtig afstand doen van de diplomatieke status. Die status dient ertoe het diplomatiek verkeer goed te laten functioneren. Alleen de zendstaat (Nederland) kan op verzoek van de ontvangende staat daar afstand van doen. De diplomatieke status is geen ‘persoonlijk bezit’ waarover de diplomaat of de partner zelf kan beschikken. Een beslissing hierover kan ook niet door de Chef de Poste worden genomen maar alleen door de Secretatis Generaal van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Verschil tussen diplomatieke status en een diplomatiek paspoort

Het bezit van een diplomatiek paspoort betekent niet per definitie dat u een diplomatieke status heeft. Die status wordt pas verkregen bij aanvang van de werkzaamheden als diplomaat op een post. Kort gezegd: als u een diplomatieke status hebt, beschikt u over een diplomatiek paspoort (tenminste als u de Nederlandse nationaliteit bezit), maar als u over een diplomatiek paspoort beschikt, betekent dat niet automatisch dat u ook diplomatieke status hebt.

Een diplomatiek paspoort vraagt u aan voordat u vertrekt naar de post (nadat u uw plaatsingsbesluit hebt ontvangen).