Wisseling van onderwijssysteem

Indien je voor uw kind van onderwijssysteem wilt wisselen, komt daar nog wel wat bij kijken.

Van Nederland naar het buitenland

In het algemeen kan men zeggen dat het gunstig is voor een kind om, zo mogelijk, één onderwijssysteem gedurende de schoolloopbaan aan te houden. Tijdens het basisonderwijs is het veranderen van systeem nog wel mogelijk. Daarna wordt de aansluiting steeds moeilijker.

Ook binnen hetzelfde onderwijssysteem verschillen de curricula vaak nog per school. Bij iedere overplaatsing vergt de aansluiting weer enige tijd. Veel internationale scholen zijn echter gewend aan deze problematiek en doen veel aan de opvang. Door de eenduidigheid van het Franse curriculum over de hele wereld zijn daar geen aansluitingsproblemen te verwachten bij overplaatsing.

Van het buitenland naar Nederland

Terugkerend uit het buitenland verdient het aanbeveling om kinderen die minder dan 2 jaar van hun eindexamen af zitten niet meer van school (systeem) te laten veranderen. Datzelfde geldt voor kinderen die in Nederland naar groep 7 en/of 8 zouden gaan.

Veel ouders willen dat hun kinderen internationaal onderwijs blijven volgen, maar het is aanbevelingswaardig in Nederland een Nederlandse school te kiezen. Een school voor tweetalig onderwijs kan een goed alternatief bieden voor internationaal onderwijs. Hier voelen de kinderen zich minder een buitenbeentje, waardoor er minder aanpassingsmoeilijkheden zijn te verwachten. De Nederlandse taal

Het verdient aanbeveling om kinderen die minder dan 2 jaar van hun eindexamen af zitten niet meer van school (systeem) te laten veranderen.

Aansluiting op het Nederlands onderwijs

Indien kinderen in het buitenland niet-Nederlands onderwijs volgden, blijkt bij bezoek aan een Nederlandse school meestal dat zij een achterstand in de Nederlandse taal hebben opgelopen. De achterstand in het Nederlands kan vooral groot zijn bij instroom in het Nederlands voortgezet (secundair) onderwijs. Van belang is dat het kind gedurende de schoolperiode in het buitenland zoveel mogelijk het Nederlands bijhoudt. Dit kan door het volgen van lessen Nederlandse Taal en Cultuur op een lokale Nederlandse School of via afstandsonderwijs van Wereldschool, Edufax of Stichting IBID (voor IB-Nederlands).

Een suggestie is om, zo mogelijk, in Nederland een Nederlandse school te kiezen waarop expat-kinderen zitten. Hier voelen de kinderen zich minder een buitenbeentje, waardoor er minder aanpassingsmoeilijkheden zijn te verwachten.

Aansluiting op niet-Nederlands onderwijs

Over het algemeen geldt dat de overgang naar een ander onderwijssysteem vroeg in de schoolperiode van het kind niet al te veel problemen zal opleveren. Het is zeker raadzaam een kind voor vertrek een aantal taallessen te geven in de taal van de nieuwe school. Op vrijwel alle niet-Nederlandse scholen zijn mogelijkheden voor extra taallessen. De laatste 2 à 3 jaar dienen bij voorkeur op dezelfde school te worden gevolgd.

De Nederlandse taal

Indien kinderen in het buitenland niet-Nederlands onderwijs volgden, blijkt bij terugkeer naar een Nederlandse school meestal dat zij een achterstand in de Nederlandse taal hebben opgelopen. De achterstand in het Nederlands kan vooral groot zijn bij instroom in het Nederlands voortgezet (secundair) onderwijs. Van belang is dat het kind gedurende de schoolperiode in het buitenland zoveel mogelijk het Nederlands bijhoudt. Dit kan door het volgen van lessen Nederlandse Taal en Cultuur op een lokale Nederlandse School of via afstandsonderwijs van IVIO / Wereldschool, Edufax of Stichting IBID (voor IB-Nederlands).

Aansluiting op het Nederlands hoger onderwijs

Omdat het aanmelden bij een hogeschool en universiteit met een buitenlandse vooropleiding de nodige tijd kost is het raadzaam tijdig informatie bij de Dienst Uitvoering Onderwijs in te winnen.

Informeer ook vooraf bij een universiteit of hogeschool van voorkeur, o.a. om na te gaan welke vakken in het eindexamenpakket moeten zitten. Universiteiten en hogescholen kunnen, mede afhankelijk van de gekozen studie, nogal verschillen in hun toelatingsbeleid voor wat betreft de taalvaardigheid Nederlands. Elke universiteit biedt de mogelijkheid tot het volgen van een cursus Nederlands.

Het Internationale Baccalaureaat (IB) en de eindexamens van de meeste Europese landen (Eur.BAC., Fr.BAC.) geven toelating tot de Nederlandse universiteiten en hogescholen vanwege een Europees verdrag. Men moet wel een voor de studie relevant vakkenpakket hebben. Voor het IB kan dat bijvoorbeeld inhouden dat voor studies, waarvoor in Nederland 4 exacte vakken zijn vereist, er een aangepast IB-vakkenpakket moet worden gevolgd.

Bij Engelse O- en A-levels ligt de zaak gecompliceerder, omdat Engelse universiteiten zelf bepalen wie wordt toegelaten. Men moet dan in Nederland een toelatingsverzoek indienen, waarbij men in het algemeen 2 á 3 voor de studie relevante A-levels dient te hebben, (Nederlands telt hier niet mee) en een stuk of 5 O-levels, met redelijke cijfers.

Met het Duitse Abitur zul je indien je geneeskunde of exacte vakken wil studeren bijna altijd 'deficiënties' opheffen, omdat slechts 4 vakken als 'Leistungskurse' kunnen worden opgenomen. Informeer hierbover bij dehogeschool of univesiteit.

In België krijgt men sommige vakken (bijvoorbeeld de Engelse taal) minder uitvoerig dan in Nederland.
Bij studierichtingen waar wordt geloot, plaatst men aankomende studenten met een buitenlands diploma altijd in lotingcategorie C (tussen 7 - 7,5). Dit is onafhankelijk van de werkelijk behaalde eindexamencijfers.

De Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs bepaalt, dat de bezitter van een buitenlands getuigschrift zich alleen aan een Nederlandse universiteit kan inschrijven, wanneer zij/hij aan de desbetreffende examencommissie het bewijs heeft geleverd voldoende kennis van het Nederlands te bezitten om het onderwijs met goed gevolg te kunnen volgen. De eisen hiertoe worden vastgesteld door de betrokken faculteit.

Vrijstelling

In het algemeen is men vrijgesteld van een examen Nederlands met:

  • Een A-level Nederlands
  • Nederlands als onderdeel van het IB (A1 higher, A1 standard en A2 higher), het Europees Baccalaureaat, het Frans Baccalauréat of het Abitur en
  • na voltooiing van relevante Nederlandstalige opleidingen.

Leerlingen die een niet-Nederlands eindexamen hebben behaald dat toegang geeft tot hogeschool of universiteit in Nederland, maar die de Nederlandse taal niet voldoende beheersen, kunnen voor toelating worden gevraagd om een taaltest ‘Nederlands als Tweede Taal’ af te leggen.

De NUFFIC is de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs. Informatie over de verschillende onderwijssystemen vindt u op de site van NUFFIC in de Landenmodules.