Intrede staat / uittrede staat

Bij het betrekken van een dienstwoning moet een Intrede Staat worden opgesteld en bij het verlaten van de woning een Uittrede Staat.

Toelichting

Aanvang bewoning
De huisvestingsfunctionaris stelt vóór de aanvang van de bewoning samen met de toekomstige bewoner een staat van intree op. De toekomstige bewoner ondertekent deze staat voor gezien, nadat deze door de huisvestingsfunctionaris is ondertekend. Is er toch iets niet in orde? Dan moet de betrokkene (bewoner) binnen dertig dagen na ondertekening van de staat van intrede en uittrede schriftelijk meedelen aan het hoofd van de post waarom hij of zij zich niet kan verenigen met de inhoud van de staat (dit omkleed met redenen). Indien dit niet gebeurt, wordt de betrokkene (bewoner) geacht akkoord te zijn met de staat.  

Beëindiging bewoning
De huisvestingsfunctionaris ziet er op toe dat een dienstwoning bij de beëindiging van de bewoning schoon en in goede staat wordt achtergelaten. Hij inspecteert daartoe samen met betrokkene of diens achtergebleven gezinslid als bedoeld in de artikelen 42 en 47 van het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007 de dienstwoning op de dag waarop de bewoning wordt beëindigd. De bevindingen legt hij vast in een staat van uittrede . Deze staat wordt na ondertekening door de huisvestingsfunctionaris en door betrokkene of diens achtergebleven gezinslid voor gezien ondertekend.

Meer informatie over de rechten en de plichten van het bewonen van dienstwoningen zijn te vinden in de Regeling dienstwoningen .

Vragen
SSP - Alle vragen over huur dienstwoningen